Terug naar de blog

Machten en wortels · 8 min lezen

Machten en wortels: de rekenregels

Wat een macht is, de vier rekenregels, negatieve exponenten en hoe je √72 vereenvoudigt. Met figuren waarin je schuift en telt.

Vouw een vel papier dubbel. Nu heb je 2 lagen. Vouw het nog een keer, dan heb je 4 lagen. Na drie keer vouwen zijn het er 8. Elke vouw verdubbelt het aantal lagen.

Na zes keer vouwen heb je 2 · 2 · 2 · 2 · 2 · 2 = 64 lagen. Zo'n rij van dezelfde factor schrijf je korter als een macht: 26 = 64. In dit artikel leer je rekenen met machten. Aan het eind vereenvoudig je wortels zoals √72.

Steeds dezelfde factor

Een macht is een vermenigvuldiging met steeds dezelfde factor.

53 = 5 · 5 · 5 = 125

Het getal 5 heet het grondtal. Het kleine getal 3 rechtsboven heet de exponent. De exponent zegt hoeveel factoren er zijn.

Twee machten hebben een eigen naam. Je zegt "a kwadraat" tegen a2. Dat is de oppervlakte van een vierkant met zijde a. Je zegt "a tot de derde" tegen a3. Dat is de inhoud van een kubus met ribbe a.

Een kwadraat en een kubus
33
33
Vierkant
32 = 3 · 3 = 9
Kubus
33 = 3 · 3 · 3 = 27
Schuif met a. Het vierkant heeft a · a tegels. De kubus heeft a · a · a blokjes. De gestippelde ribben zitten aan de achterkant.
Toon de getallen
aa²a³
111
248
3927
41664
525125
636216

Bij a = 3 tel je 9 tegels en 27 blokjes. Bij a = 4 zijn het 16 tegels en 64 blokjes. De kubus groeit veel sneller dan het vierkant.

De vier rekenregels

Er zijn vier rekenregels voor machten. Je hoeft ze niet te stampen. Schrijf elke macht uit als losse factoren en tel ze. Dat doet de figuur hieronder ook.

Tel de factoren

a3 · a2 = a3+2 = a5

  • uit de eerste macht
  • uit de tweede macht
Regel
am · an = am+n
Exponent
3 + 2 = 5
Kies een regel en schuif met m en n. Elke tegel is één factor a. Bij delen vallen paren boven en onder de streep tegen elkaar weg.

Machten vermenigvuldigen

Schrijf a3 · a2 uit. Je krijgt (a · a · a) · (a · a). Dat zijn 5 factoren a.

am · an = am+n

Bij vermenigvuldigen tel je de exponenten op. Dat mag alleen als de grondtallen gelijk zijn.

Machten delen

a5 : a2 is een breuk. Boven de streep staan 5 factoren a, eronder 2. Twee paren vallen tegen elkaar weg. Er blijven 3 factoren over.

am : an = am−n

Bij delen trek je de exponenten af.

Een macht van een macht

(a2)3 betekent a2 · a2 · a2. Dat zijn 3 groepjes van 2 factoren. Samen 6 factoren.

(am)n = am·n

Bij een macht van een macht vermenigvuldig je de exponenten.

Een macht van een product

(ab)3 betekent ab · ab · ab. Zet de a's bij elkaar en de b's bij elkaar. Dan staat er a · a · a · b · b · b = a3b3.

(ab)n = anbn

De exponent hoort bij elke factor tussen de haakjes. Ook bij een getal:

(3a2)2 = 32 · (a2)2 = 9a4

Regels combineren

Vaak heb je meer regels tegelijk nodig. Werk dan stap voor stap. Een losse a is a1.

(a2)3 · a = a6 · a1 = a7

(2x3)2 · x : x4 = 4x6 · x : x4 = 4x7 : x4 = 4x3

Met getallen kun je een regel controleren. 23 · 24 = 8 · 16 = 128. En 27 is ook 128.

Schrijf als één macht: x4 · x3 : x2

Bekijk het antwoord

Eerst vermenigvuldigen: x4 · x3 = x7. Dan delen: x7 : x2 = x5.

De exponent 0 en negatieve exponenten

Kijk naar dit rijtje. Elke stap naar links deel je door 2.

23 = 8
22 = 4
21 = 2

Ga nog een stap naar links. Dan krijg je 20 = 2 : 2 = 1. Nog een stap geeft 2−1 = 1 : 2 = 12. Zo loopt het rijtje door onder de 0.

Steeds door 2
2−31/82−21/42−11/2201212224238241625322664
23
2 · 2 · 2 = 8
Schuif met n. Elk vierkantje is 1. Een stap naar rechts verdubbelt het aantal. Een stap naar links halveert het. Onder de 0 blijft er een deel van één vierkantje over.
Toon de getallen
n2 tot de macht nAls decimaal getal
−31/80,125
−21/40,25
−11/20,5
011
122
244
388
41616
53232
66464

De deelregel zegt hetzelfde. a3 : a3 = a3−3 = a0. Een getal gedeeld door zichzelf is 1. Dus:

a0 = 1

Dit geldt voor elk grondtal behalve 0.

Neem nu a2 : a5. Boven de streep staan 2 factoren, eronder 5. Na het wegstrepen staan er onder de streep nog 3. Er blijft 1a3 over. De deelregel geeft a2−5 = a−3. Dat is dus hetzelfde.

a−n = 1an

Twee voorbeelden:

5−2 = 152 = 125 = 0,04
10−3 = 1103 = 11000 = 0,001

Bereken 4−1 en 3−2.

Bekijk het antwoord

4−1 = 14 = 0,25. En 3−2 = 132 = 19.

Mintekens en haakjes

Bij een min-teken voor een macht maken haakjes het verschil.

(−3)2 = (−3) · (−3) = 9
−32 = −(3 · 3) = −9

In (−3)2 hoort de min bij het grondtal. In −32 hoort de min er niet bij. Je rekent eerst 32 = 9 uit. Daarna zet je de min ervoor.

Min keer min is plus. Bij een even exponent komt er dus altijd een positief getal uit. Bij een oneven exponent blijft er een min over: (−2)3 = −8.

(a + b)² is niet a² + b²

De regel (ab)n = anbn geldt voor een product. Voor een som geldt hij niet. Neem a = 3 en b = 2.

(3 + 2)2 = 52 = 25
32 + 22 = 9 + 4 = 13

Er ontbreekt 12. De figuur laat zien waar dat zit.

Het vierkant van a + b
  • a²
  • b²
  • ab, twee keer
a² = 96ab = 64a = 3b = 232
(a + b)²
(3 + 2)² = 5² = 25
a² + b²
3² + 2² = 9 + 4 = 13
Wat a² + b² mist
2 · 3 · 2 = 12
Schuif met a en b. Het grote vierkant heeft zijde a + b. Elk hokje is 1.
Toon de getallen
StukOppervlakte
a²9
ab6
ab6
b²4
Samen: (a + b)²25

Het vierkant met zijde a + b bestaat uit vier stukken. Er is een vierkant a2 en een vierkant b2. Daarnaast liggen twee rechthoeken van a bij b. Die twee rechthoeken vergeet je bij a2 + b2. Bij a = 3 en b = 2 is dat 2 · 3 · 2 = 12.

(a + b)2 = a2 + 2ab + b2

Wortels vereenvoudigen

De wortel is het omgekeerde van het kwadraat. √49 is het positieve getal dat in het kwadraat 49 geeft. Dat is 7, want 72 = 49. Een vierkant van 49 tegels heeft dus zijde 7.

Een wortel van een product mag je splitsen.

√(ab) = √a · √b

Controleer het met getallen. √(4 · 9) = √36 = 6. En √4 · √9 = 2 · 3 = 6.

Met deze regel maak je een wortel eenvoudiger. Zoek het grootste kwadraat dat in het getal past. In 72 past 36, want 72 = 36 · 2.

√72 = √36 · √2 = 6√2

6√2 is de precieze waarde. Als decimaal getal is het ongeveer 8,49.

Tegels in vierkanten
366366
Grootste kwadraat
36 = 62
Splitsen
72 = 36 · 2
Wortel
√72 = √36 · √2 = 6√2
Ongeveer
≈ 8,49
Kies een getal. De tegels liggen in gelijke vierkanten. Elk vierkant is zo groot als kan. De zijde van één vierkant komt voor de wortel.
Toon de getallen
GetalKwadraat · restWortelOngeveer
84 · 22√22,83
124 · 32√33,46
189 · 23√24,24
204 · 52√54,47
244 · 62√64,90
279 · 33√35,20
3216 · 24√25,66
3636 · 166
459 · 53√56,71
4816 · 34√36,93
5025 · 25√27,07
7236 · 26√28,49
9849 · 27√29,90

Leg 72 tegels in gelijke vierkanten die zo groot zijn als kan. Dan krijg je twee vierkanten van 6 bij 6. De zijde 6 komt voor de wortel. Het aantal vierkanten, 2, blijft onder de wortel.

Vereenvoudig √48.

Bekijk het antwoord

Het grootste kwadraat in 48 is 16, want 48 = 16 · 3. Dus √48 = √16 · √3 = 4√3.

De regels op een rij

  • am · an = am+n
  • am : an = am−n
  • (am)n = am·n
  • (ab)n = anbn
  • a0 = 1 en a−n = 1an
  • (a + b)2 = a2 + 2ab + b2
  • √(ab) = √a · √b

Lees ook