Lijnen en cirkels · 8 min lezen
Lijnen en cirkels: de vergelijking van een cirkel
Van Pythagoras naar (x − a)² + (y − b)² = r². Lees middelpunt en straal af, splits het kwadraat af en reken snijpunten van een lijn met een cirkel uit.
Een geit staat vast aan een paal met een touw van 5 meter. Ze kan overal grazen waar het touw bij komt. De rand van dat stuk gras is een cirkel.
Elk punt op die rand ligt precies 5 meter van de paal. Dat is ook de wiskundige definitie. Een cirkel bestaat uit alle punten die even ver van één vast punt liggen. Dat vaste punt is het middelpunt M. De afstand heet de straal r.
In dit artikel maak je van die definitie een vergelijking. Daarna lees je middelpunt en straal uit een vergelijking af. Aan het eind laat je een lijn een cirkel snijden.
Van Pythagoras naar de vergelijking
Neem een cirkel met middelpunt M(1; 1) en straal 5. Kies een punt P(x; y) op de cirkel. Loop vanuit M horizontaal tot recht onder P. Loop dan verticaal omhoog naar P. Zo krijg je een rechthoekige driehoek.
- De horizontale zijde is x − 1.
- De verticale zijde is y − 1.
- De schuine zijde is de straal: 5.
Pythagoras geeft dan:
(x − 1)² + (y − 1)² = 5² = 25
Neem P(4; 5). Dan is x − 1 = 3 en y − 1 = 4. Er komt 3² + 4² = 9 + 16 = 25 uit. P ligt dus op de cirkel.
- Cirkel (x − 1)² + (y − 1)² = 25
- Straal MP = 5
- Rechthoekszijden
- Punt P
- (4; 5)
- Horizontale zijde
- x − 1 = 3
- Verticale zijde
- y − 1 = 4
- Pythagoras
- 3² + 4² = 9 + 16 = 25
Toon de getallen
| Punt P | x − 1 | y − 1 | (x − 1)² + (y − 1)² |
|---|---|---|---|
| (−3; −2) | −4 | −3 | 16 + 9 = 25 |
| (−2; −3) | −3 | −4 | 9 + 16 = 25 |
| (1; −4) | 0 | −5 | 0 + 25 = 25 |
| (4; −3) | 3 | −4 | 9 + 16 = 25 |
| (5; −2) | 4 | −3 | 16 + 9 = 25 |
| (6; 1) | 5 | 0 | 25 + 0 = 25 |
| (5; 4) | 4 | 3 | 16 + 9 = 25 |
| (4; 5) | 3 | 4 | 9 + 16 = 25 |
| (1; 6) | 0 | 5 | 0 + 25 = 25 |
| (−2; 5) | −3 | 4 | 9 + 16 = 25 |
| (−3; 4) | −4 | 3 | 16 + 9 = 25 |
| (−4; 1) | −5 | 0 | 25 + 0 = 25 |
Ligt P links van M, dan is x − 1 negatief. Het kwadraat is toch positief. De vergelijking werkt dus voor elk punt op de cirkel.
Dit geldt voor elke cirkel. Met middelpunt M(a; b) en straal r is de vergelijking van de cirkel:
(x − a)² + (y − b)² = r²
Middelpunt en straal aflezen
Je kunt de vergelijking ook andersom lezen. Neem deze cirkel:
(x − 2)² + (y + 1)² = 13
Bij x staat − 2, dus a = 2. Bij y staat + 1. Schrijf dat als y − (−1), dan zie je b = −1. Het middelpunt is M(2; −1).
Rechts staat r² = 13. De straal is dus r = √13 ≈ 3,61.
(x − 2)² + (y + 1)² = 16
- Cirkel
- Straal
- Middelpunt
- M(2; −1)
- Straal
- r = 4, r² = 16
- Zonder haakjes
- x² + y² − 4x + 2y − 11 = 0
Toon de getallen
| Punt | (x − 2)² + (y + 1)² |
|---|---|
| (6; −1) | 4² + 0² = 16 |
| (2; 3) | 0² + 4² = 16 |
| (−2; −1) | (−4)² + 0² = 16 |
| (2; −5) | 0² + (−4)² = 16 |
Wat zijn het middelpunt en de straal van (x + 3)² + (y − 5)² = 49?
Bekijk het antwoord
x + 3 = x − (−3), dus a = −3. Bij y staat − 5, dus b = 5. Het middelpunt is M(−3; 5). Rechts staat r² = 49, dus r = √49 = 7.
Op, binnen of buiten de cirkel
De linkerkant van de vergelijking is het kwadraat van de afstand tot M. Vul een punt in en vergelijk de uitkomst met r².
- Is de uitkomst gelijk aan r², dan ligt het punt op de cirkel.
- Is de uitkomst kleiner dan r², dan ligt het punt binnen de cirkel.
- Is de uitkomst groter dan r², dan ligt het punt buiten de cirkel.
Neem weer (x − 2)² + (y + 1)² = 13.
Q(4; 2): (4 − 2)² + (2 + 1)² = 4 + 9 = 13, dus op de cirkel
Q(3; 0): (3 − 2)² + (0 + 1)² = 1 + 1 = 2, dus binnen de cirkel
Sleep Q hieronder door het vlak. Op deze cirkel liggen acht roosterpunten. Dat zijn punten met hele getallen als coördinaten. Zoek ze alle acht. Een tip: 13 = 4 + 9.
- Cirkel (x − 2)² + (y + 1)² = 13
- Binnen de cirkel
- Punt Q
- Punt Q
- (4; 2)
- Invullen
- (4 − 2)² + (2 + 1)² = 4 + 9 = 13
- Vergelijken
- 13 = 13: op de cirkel
- Roosterpunten gevonden
- 1 van 8
Toon de getallen
| Punt Q | (x − 2)² + (y + 1)² | Ligging |
|---|---|---|
| (4; 2) | 13 | op de cirkel |
| (3; 0) | 2 | binnen de cirkel |
| (6; 1) | 20 | buiten de cirkel |
| (0; −4) | 13 | op de cirkel |
| (−2; −1) | 16 | buiten de cirkel |
Kwadraat afsplitsen
Soms staat de vergelijking zonder haakjes:
x² + y² − 4x + 2y − 8 = 0
Hier lees je M en r niet direct af. Je zet de vergelijking eerst terug in de vorm met haakjes. Dat heet kwadraat afsplitsen.
Het idee zie je aan een vierkant met zijde x. De oppervlakte is x². Haal rechts een strook van 2 breed weg. Haal boven ook een strook van 2 weg. Samen is dat 4x. Het hoekje van 2 bij 2 heb je nu twee keer weggehaald. Leg het één keer terug. Er blijft een vierkant met zijde x − 2 over.
- Vierkant (x − 2)²
- Stroken van 2 breed, samen 4x
- Hoekje 2 bij 2, twee keer weggehaald
- x² − 4x + 4
- 36 − 24 + 4 = 16
- (x − 2)²
- 4² = 16
- Dus
- x² − 4x + 4 = (x − 2)²
Toon de getallen
| x | x² | 4x | x² − 4x + 4 | (x − 2)² |
|---|---|---|---|---|
| 4 | 16 | 16 | 4 | 4 |
| 5 | 25 | 20 | 9 | 9 |
| 6 | 36 | 24 | 16 | 16 |
| 7 | 49 | 28 | 25 | 25 |
| 8 | 64 | 32 | 36 | 36 |
| 9 | 81 | 36 | 49 | 49 |
| 10 | 100 | 40 | 64 | 64 |
x² − 4x + 4 = (x − 2)²
Dus x² − 4x = (x − 2)² − 4. De regel: neem de helft van het getal bij x. Dat komt in de haakjes. Trek daarna het kwadraat ervan af. Voor y werkt het net zo. De helft van 2 is 1.
x² − 4x = (x − 2)² − 4
y² + 2y = (y + 1)² − 1
Zet dit in de vergelijking:
(x − 2)² − 4 + (y + 1)² − 1 − 8 = 0
(x − 2)² + (y + 1)² − 13 = 0
(x − 2)² + (y + 1)² = 13
Het middelpunt is M(2; −1) en de straal is √13. Dat is dezelfde cirkel als hierboven. Komt er rechts een negatief getal uit, dan is er geen cirkel.
Splits het kwadraat af: x² + y² + 6x − 8y = 0. Wat zijn het middelpunt en de straal?
Bekijk het antwoord
x² + 6x = (x + 3)² − 9 en y² − 8y = (y − 4)² − 16. Invullen geeft (x + 3)² − 9 + (y − 4)² − 16 = 0, dus (x + 3)² + (y − 4)² = 25. Het middelpunt is M(−3; 4) en de straal is 5. De cirkel gaat door de oorsprong, want (0 + 3)² + (0 − 4)² = 9 + 16 = 25.
Een lijn en een cirkel
Een lijn en een cirkel hebben twee, één of geen punten gemeen. Neem de cirkel x² + y² = 25. Het middelpunt is de oorsprong O(0; 0) en de straal is 5. Schuif hieronder de lijn y = x + b omhoog en omlaag.
x² + y² = 25 en y = x + 1
- Cirkel x² + y² = 25
- Lijn y = x + b
- Gemeenschappelijke punten
- Ingevuld
- 2x² + 2x − 24 = 0
- Discriminant
- D = 2² − 4 × 2 × (−24) = 4 + 192 = 196
- Aantal punten
- twee snijpunten
- Gemeenschappelijke punten
- (−4; −3) en (3; 4)
Toon de getallen
| b | D | Aantal punten |
|---|---|---|
| −8 | −56 | 0 |
| −5√2 ≈ −7,07 | 0 | 1 |
| −7 | 4 | 2 |
| −6 | 56 | 2 |
| −5 | 100 | 2 |
| −4 | 136 | 2 |
| −3 | 164 | 2 |
| −2 | 184 | 2 |
| −1 | 196 | 2 |
| 0 | 200 | 2 |
| 1 | 196 | 2 |
| 2 | 184 | 2 |
| 3 | 164 | 2 |
| 4 | 136 | 2 |
| 5 | 100 | 2 |
| 6 | 56 | 2 |
| 7 | 4 | 2 |
| 5√2 ≈ 7,07 | 0 | 1 |
| 8 | −56 | 0 |
Neem de lijn y = x + 1. Vervang y in de vergelijking van de cirkel door x + 1:
x² + (x + 1)² = 25
x² + x² + 2x + 1 = 25
2x² + 2x − 24 = 0
x² + x − 12 = 0
(x + 4)(x − 3) = 0
x = −4 of x = 3
Bij x = 3 hoort y = 3 + 1 = 4. Bij x = −4 hoort y = −4 + 1 = −3. De snijpunten zijn (3; 4) en (−4; −3).
Invullen geeft altijd een tweedegraadsvergelijking. De discriminant D zegt hoeveel oplossingen die heeft.
- Is D positief, dan zijn er twee snijpunten.
- Is D nul, dan is er één punt. De lijn raakt de cirkel en heet een raaklijn.
- Is D negatief, dan mist de lijn de cirkel.
Voor y = x + b geeft invullen 2x² + 2bx + b² − 25 = 0. Dan is D = 200 − 4b². D is nul als b² = 50, dus bij b = 5√2 ≈ 7,07 en bij b = −5√2.
Waar snijdt de lijn y = x − 1 de cirkel x² + y² = 25?
Bekijk het antwoord
x² + (x − 1)² = 25 geeft 2x² − 2x + 1 = 25, dus 2x² − 2x − 24 = 0 en x² − x − 12 = 0. Dat is (x − 4)(x + 3) = 0, dus x = 4 of x = −3. De snijpunten zijn (4; 3) en (−3; −4).
De raaklijn staat loodrecht op de straal
Een raaklijn raakt de cirkel in één punt P. De straal naar P staat altijd loodrecht op de raaklijn. Sleep P hieronder over de cirkel.
- Cirkel x² + y² = 25
- Straal OP
- Raaklijn
- Raakpunt P
- (3; 4)
- rc van OP
- 4/3
- rc van de raaklijn
- −3/4
- Product
- 4/3 × (−3/4) = −1
- Raaklijn
- 3x + 4y = 25
Toon de getallen
| Raakpunt P | rc van OP | rc van de raaklijn | Raaklijn |
|---|---|---|---|
| (−4; −3) | 3/4 | −4/3 | −4x − 3y = 25 |
| (−3; −4) | 4/3 | −3/4 | −3x − 4y = 25 |
| (0; −5) | bestaat niet, de lijn is verticaal | 0 | y = −5 |
| (3; −4) | −4/3 | 3/4 | 3x − 4y = 25 |
| (4; −3) | −3/4 | 4/3 | 4x − 3y = 25 |
| (5; 0) | 0 | bestaat niet, de lijn is verticaal | x = 5 |
| (4; 3) | 3/4 | −4/3 | 4x + 3y = 25 |
| (3; 4) | 4/3 | −3/4 | 3x + 4y = 25 |
| (0; 5) | bestaat niet, de lijn is verticaal | 0 | y = 5 |
| (−3; 4) | −4/3 | 3/4 | −3x + 4y = 25 |
| (−4; 3) | −3/4 | 4/3 | −4x + 3y = 25 |
| (−5; 0) | 0 | bestaat niet, de lijn is verticaal | x = −5 |
Twee lijnen staan loodrecht op elkaar als het product van hun richtingscoëfficiënten −1 is. Daarmee vind je de raaklijn in P(3; 4) aan x² + y² = 25.
rc van OP = 43
rc van de raaklijn = −34, want 43 × −34 = −1
De raaklijn is y = −34x + c. Vul P(3; 4) in om c te vinden:
4 = −34 × 3 + c = −94 + c
c = 4 + 94 = 254
Vermenigvuldig y = −34x + 254 met 4. Dan krijg je 4y = −3x + 25, oftewel 3x + 4y = 25.
Controleer het met de discriminant. Invullen in de cirkel geeft x² − 6x + 9 = 0. Dan is D = 36 − 36 = 0. Er is precies één gemeenschappelijk punt: (3; 4).
Bij P(5; 0) is de straal horizontaal. De raaklijn is dan verticaal: x = 5. Een verticale lijn heeft geen richtingscoëfficiënt.
Lees ook
Machten en wortels
Machten en wortels: de rekenregels
Wat een macht is, de vier rekenregels, negatieve exponenten en hoe je √72 vereenvoudigt. Met figuren waarin je schuift en telt.
Vergelijkingen oplossen
Vergelijkingen oplossen: balans en grafiek
Los vergelijkingen op met de balansmethode, met haakjes en breuken, met twee lijnen en met x², van ontbinden tot de abc-formule.
Stelling van Pythagoras
Pythagoras in het vlak en in de ruimte
Waarom a² + b² = c² klopt, hoe je een zijde uitrekent, hoe je een rechte hoek controleert en hoe je afstanden en ruimtediagonalen vindt.